Nieuws

Updates over NMI, onze cursussen en interessante artikelen.

‘Weer worden leraren in de steek gelaten door bestuurders en politici’

Het voortgezet onderwijs moet maandag volledig open, zonder dat de stem van het personeel is gehoord. Team Red het Onderwijs geeft een rode kaart aan de minister en de scholenkoepel VO-raad.

Het onderwijs heeft sinds de uitbraak van Corona voor hete vuren gestaan. Er is een groot beroep gedaan op de inzet, flexibiliteit en het uithoudingsvermogen van leraren en ook van schoolleidingen, roosteraars en andere medewerkers. Zij werden echter niet betrokken bij het besluit van de VO-raad en de minister om de scholen kort voor de zomer weer volledig open te stellen. Een treurige constatering, vindt Team Red het Onderwijs.

Kenmerkend voor het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is dat men slechts met enkele bestuurders praat en op basis daarvan vergaande besluiten neemt. Zonder overleg met leraren en hun organisaties een besluit forceren dat grote consequenties heeft voor de werkomstandigheden van leraren, is symptomatisch voor wat er mis gaat in het onderwijs. De vakman of vakvrouw voor de klas wordt op het schild gehesen, maar als het erop aankomt zijn zij de sluitpost in de besluitvorming.

Tienduizenden infecties

Het is een schoolvoorbeeld van wanbestuur om van leraren kort voor de zomervakantie, tijdens de verlengde examenperiode, te vragen om het onderwijs voor de zoveelste keer anders te organiseren. Het Outbreak Management Team (OMT) voorziet dat het besmettingsrisico zal toenemen met tienduizenden infecties terwijl het overgrote deel van de leraren en andere medewerkers nog niet is ingeënt. Dit is het recept voor veel onrust op de werkvloer. Bovendien is algemeen bekend dat de werkdruk van docenten structureel veel te hoog is. Opnieuw worden zij door de bestuurders niet ontzien. Wanneer nemen de onderwijsbestuurders het eens op voor diegenen om wie het in het onderwijs eigenlijk draait?

Het onderwijs heeft een hectisch jaar achter de rug. In maart 2020 werden de scholen gesloten en moest iedereen volledig omschakelen naar online-onderwijs. Na de zomer gingen de scholen weer open omdat risico’s van besmetting laag ingeschat werden. Ten onrechte, zoals spoedig zou blijken. Schoolsluitingen of het naar huis sturen van groepen wegens ziekte waren het gevolg.

Hoewel het OMT in november adviseerde om de scholen te sluiten, hield de overheid ze open, terwijl de leraren in hun overvolle lokalen niet werden beschermd. Door de hoge besmettingscijfers moesten de scholen in december toch weer dicht, met een uitzondering voor de examenklassen. Vanaf 1 maart mochten alle leerlingen voor minimaal één dag weer naar school, mits de 1,5 meterregel kon worden gehandhaafd: didactisch en organisatorisch een enorme opgave! Daar kwamen bijzondere maatregelen voor examenleerlingen bij en het in april gepresenteerde Nationaal Programma Onderwijs verwacht opnieuw veel van leraren.

Als klap op de vuurpijl hebben de minister van onderwijs en de VO-raad nagenoeg zonder overleg met leraren en hun organisaties eenzijdig besloten om het voortgezet onderwijs op 31 mei, maar uiterlijk 7 juni volledig te heropenen met dreigementen aan scholen en schoolleiders die dit zouden weigeren.

Nu het eind van de coronacrisis in zicht lijkt, maakt de politiek eens te meer duidelijk dat de belangen van leraren een ondergeschikte rol spelen. In de Tweede Kamer probeerden Peter Kwint (SP) en Paul van Meenen (D66) de volledige heropening terug te draaien of te heroverwegen na overleg met betrokken partijen, maar hun moties maakten geen kans. Dit soort besluiten zijn schadelijk voor de positie, status en eer van de beroepsgroep die met man en macht werkt aan de toekomst van ons land.

De bestuurlijke warboel in het onderwijs heeft de medezeggenschap van leraren uitgehold. De minister spreekt met tal van koepels en belangenorganisaties die allen op heel grote afstand staan van de werkvloer. Het OMT heeft bij monde van Marion Koopmans verklaard dat volledige heropening van de scholen niet de wens was van het OMT, maar van de VO-raad. Er waren ook bezwaren van schoolleiders en besturen over de uitvoerbaarheid. Daarom vragen wij ons wel af namens wie de VO-raad eigenlijk spreekt.

Doos van Pandora

De ministers van onderwijs lijken elke keer weer een andere doos van Pandora open te trekken. De lijst van mislukte, ondoordachte initiatieven is inmiddels oneindig lang. Langzaamaan beginnen we de hoop op betere tijden te verliezen. Onderwijsministers leveren, gesteund door hun collega’s en diverse adviesraden, de ene wanprestatie na de andere, hetgeen opnieuw blijkt nu duidelijk wordt wat er zich allemaal heeft afgespeeld bij de totstandkoming van het Nationaal Programma Onderwijs. Het houdt maar niet op.

Wij, een tiental experts die op verschillende manieren hun zorgen hebben geuit over het wel en wee van het onderwijs, hebben ons verenigd in het Team Red het Onderwijs. We zijn een groep ervaren wetenschappers, leraren en leraren­opleiders die politiek en beleid de komende tijd kritisch zullen volgen en daarbij rode, gele en groene kaarten zullen uitdelen. Met als belangrijkste criteria: draagt het voorstel bij aan het terugdringen van zowel het kwantitatieve als het kwalitatieve leraren­tekort, wordt het onderwijs hierdoor beter en worden de voorgestelde middelen doelmatig besteed?

De besluitvorming over de openstelling van het voortgezet onderwijs krijgt van ons team dus een rode kaart: de minister en de VO-raad hadden de belangen van docenten en ondersteuners zwaarder moeten laten meewegen.

Dit stuk is eerder verschenen in het Parool.

Relevante artikelen